Gestructureerde discussievormen
Spelvormen die discussie en argumentatie ondersteunen.

Probleemoplossende discussie
Bij een probleemoplossende discussie worden leerlingen aangezet tot productief denken. Ze proberen tot een gezamenlijke oplossing van een probleem te kom en / of ergens een gemeenschappelijke beslissing over te nemen. Globaal zijn drie fasen te onderscheiden:
- Beeldvorming: daarbij gaat het erom een zo volledig mogelijk beeld te krijgen van het probleem of de vraagstelling;
- Oordeelvorming: het afwegen van voor-en nadelen van mogelijke oplossingen; en
- Besluitvorming: het kiezen van de beste oplossing en de stappen die nodig zijn om het probleem (daadwerkelijk) op te lossen

Lucifergesprek
Deze werkvorm zorgt ervoor dat elke leerling even vaak aan een discussie deel kan nemen. Elke leerling krijgt drie of meer lucifers (of iets anders). Elke keer als hij iets zegt, moet hij een lucifer inleveren. Dit betekent dat leerling zich goed bewust moeten zijn wanneer ze iets zeggen.

Driehoekendiscussie
De docent formuleert (eventueel samen met de leerlingen) een aantal stellingen of uitspraken over een bepaald onderwerp. In drie hoeken van het lokaal worden nu flappen opgehangen met daarop 'eens', 'oneens', 'geen mening'. Op de flappen blijft ruimte over om iets op te schrijven. Eén stelling wordt voorgelezen. Vervolgens mogen leerlingen een keuze maken uit een van de drie hoeken en daar gaan zitten. Op de flappen worden nu argumenten geschreven voor hun keuze. Tijdens de discussie mogen leerlingen van mening - en dus ook van hoek - veranderen. Hierna wordt de procedure bij de volgende stelling herhaald.

Stellingenspel
De klas wordt verdeeld in groepjes van maximaal 5 leerlingen. De docent geeft alle leerlingen een lijst met dezelfde stellingen over een bepaald onderwerp of over een bepaalde tekst. In elk groepje neemt een leerling de taak op zich van voorzitter/ notulist en leest de stellingen zachtjes voor. De leerlingen geven door middel van een cijfer aan of ze het ermee eens zijn of niet (bijvoorbeeld 1 is (helemaal mee) eens, 2 is geen mening en 3 is (helemaal mee) oneens). Vervolgens geven leerlingen een motivering voor hun keuze. Deze wordt door de notulist kort opgeschreven. Wanneer alle stellingen op deze manier aan de orde zijn geweest, volgt een herhaling van de eerste fase (waardering door middel van een cijfer) om na te gaan of de meningen door de discussie zijn veranderd of niet. Tot slot volgt een klassikale ronde waarin elk groepje, vertegenwoordigd door de notulist, kort verslag doet. De opvallendste veranderingen (en de argumenten daarvoor) kunnen worden vermeld. Ook kan uitwisseling van de belangrijkste leerervaringen plaatsvinden.
Maak jouw eigen website met JouwWeb